Je bekijkt nu Festina lente

Festina lente

Festina lente.

De wapenspreuk van Venlo: “Festina lente, caute fac omnia mente”
Haast je langzaam, doe alles met verstand.

Het voelt goed, en ook weer niet. “Haast je langzaam” oké, maar behalve het verstand wil ik ook het gevoel eraan toevoegen.

Ik heb Venlo niet in mijn hoofd als een ansichtkaart met “hier stond ik precies”. Geen vaste hoekjes. Geen heilige plekjes. Het is een gevoel, het is de taal die ik in mijn hoofd spreek.
Het is de taal van mijn emoties

In mijn jeugd was Venlo gewoon Venlo. De plek waar je woonde en naar school ging. Niet iets waar je “cultuur” bij dacht. Geen historie die je om de oren sloeg. Het was geen museum. Als kind zijn heel andere dingen belangrijk.

Het was een decor.
En ik was vooral bezig met… tja. Met leven. Met lachen. Met die vriendschappen die alles waren.

Pas achteraf zie je: oh.
Daar zat dus al iets in.
Een toon.
Een tempo.

Festina lente is de stadsspreuk van Venlo.

Dat vind ik dus bijzonder op een manier die ik niet helemaal kan uitleggen zonder een beetje sentimenteel te worden.
Maar het raakt me omdat het voelt als een soort onbedoelde draad terug naar mezelf.
Alsof het zachtjes zegt:
“Kijk, dit was altijd al jouw ritme.”
En het grappige is: ik wist het toen niet eens.

Ik woonde daar, ik fietste, ik rende door dagen heen, ik deed wat iedereen doet als je jong bent: je hebt haast zonder te weten waarheen.
En ondertussen hing er boven de stad een motto dat precies het tegenovergestelde zei.
Haast je langzaam.

Jaren later loop ik de Camino en mensen die ik eerder al heb gezien, van die wandelvrienden-voor-één-dag, vragen hoe het gaat.
En ik zeg: “Slow but steady.”
Niet eens als statement. Meer als een feit.
Ik ben niet snel.
Maar ik ben er wel.

En dat moment is altijd een beetje komisch, omdat zij vaak al lekker lang op een rustplek zitten. Schoenen uit. Banaan in de hand. Zo’n blik van: “Wij hebben al gelééfd vandaag.”
En dan kom ik eraan. Veel later.
Met hetzelfde vertrekpunt, dezelfde ochtend, dezelfde route.
Ik ben niet degene die vooraan loopt. Ik ben die wandelaar die je inhaalt, en twee uur later denk je: hé? Waar is ze gebleven?
En dan, verrassing, duik ik alsnog weer op.
Langzaam.
Maar zeker.

En misschien is dat precies het punt.

Festina lente is niet alleen een wandeltempo.
Het is een levenshouding.
In deze drukke, haastige maatschappij voelt langzaam zijn soms bijna als een kleine overtreding.
Alsof je je moet verantwoorden.

Waarom antwoord je niet meteen?
Waarom doe je er zo lang over?
Waarom ben je niet efficiënter, sneller, beter, meer?

En ondertussen zit er iets heel menselijks in vertragen.
Soms is het fijn.
Soms is het noodzakelijk.
Omdat je anders niet meer voelt waar je bent.
Of wie je bent.
Of wat je eigenlijk aan het doen bent.

Langzaam lopen is soms de enige manier om jezelf bij te houden.

Wat ik zo mooi vind, is dat Festina lente niet betekent: doe maar wat.
Het betekent niet: blijf hangen.
Het is geen ode aan lui zijn (helaas, want daar heb ik ook talent voor).
Het betekent: ga door.
Maar met aandacht.
Met ruimte om te kijken.
Om te voelen.
Om onderweg te zijn in plaats van alleen maar aan te komen.

En wandelen leert mij dat op een manier die ik niet kan vermijden.
Ik kan wel denken: “ik ga rustiger leven”, maar het leven geeft dan toch vaak een zetje: “Hup hup”
Maar tijdens het wandelen zegt mijn lijf: “We gaan in slakkentempo.”
Dat is niet eens bewust.
Dat is
Dat is niet spiritueel.
Dat is gewoon…

Venlo heeft dat motto.

En ergens is dat bijna ironisch, want Vasteloavend is alles behalve “rustig aan”.
Vasteloavend is muziek, kleuren, geuren.
Vasteloavend is voelen en doen.
Vasteloavend is uitbundig, chaos.
Vasteloavend is veel in korte tijd.

Maar misschien is dat juist de schoonheid.
Want zelfs in uitbundigheid zit ritme.
Zelfs in chaos zit traditie.

En er zijn liedjes. Elf zelfs, die als basis dienen voor een serie wandelingen rond Venlo.

Dus daar loop ik. Daar ga ik lopen.
Dat is mijn plan.
Door het landschap.
Met een refrein in mijn hoofd.
Met modder aan de schoenen.
En misschien een glimlach die aan vroeger denkt.

En dat vind ik een heerlijk idee: dat je een stad niet alleen kunt onthouden in plekken, maar ook in melodieën.
In stemmingen.
In tempo.

En dat ik dan nu, later, veel later, nu ik al heel wat door het leven gewandeld heb,
met mijn eigen omwegen,
mijn eigen rustpunten,
mijn eigen dagen waarop het allemaal even traag moest of juist snel.
dat ik dan nu besef:

Dit hoorde bij mij.
Festina lente.
Ik loop zo.
En ik leef zo.
Dat hoort bij mij

Niet altijd.
Niet perfect
Maar vaak genoeg.
Langzaam maar zeker.
Omdat ik zo meer meeneem.

Meer lucht.
Meer gedachte.
Meer grapjes onderweg.
Meer zachtheid voor mezelf.

En dat is, denk ik, het geheim.
Dat vertragen niet betekent dat ik achterblijf.
Het betekent alleen dat ik niet voorbij ren aan mijn eigen leven.

Stap voor stap.
Bocht voor bocht.
En ja, dan kom ik later aan.
Maar ik kom aan met mijn hoofd nog bij me.
Met mijn hart nog bij mij
Met mezelf nog bij me
Dat is me steeds meer waard.

Festina lente.
Slow but steady.

En ergens, tussen Venlo en alles wat daarna kwam, loopt die zin met me mee.
Als een liedje dat ik ineens weer kan meezingen.
Dat een vaste plek in mijn hoofd heeft.

Festina lente